advertentie
Roadmap
|
Terrein
|
Satelliet
|
Hybrid
Toon kaart

Chios, een wel héél bijzonder eiland

REIZEN Magazine bezocht acht dagen lang geheel Chios door middel van een fly-drive (via Ross Holidays). Conclusie: alle Griekse eilanden zijn uniek maar sommige zijn meer uniek dan andere. En Chios is heel uniek.

Tekst en foto’s: Kees Lucassen

Voor mij, tussen wijngaarden, olijf- en mastiekbomen, schittert Mesta. Hooguit tien minuten lopen, dan zal ik er zijn. Boven het middeleeuwse kasteeldorp prikt de witte toren van de Sint-Tachiarchis in de staalblauwe lucht. In het zicht van de vestingmuur denk ik terug aan mijn ontmoeting met Kostas, nu twee jaar geleden in Limburg. Bij het witte dorp Thorn zat ik daar op een bankje naast een oude kapel: Onze Lieve Vrouw onder de Linden. Kaarsjes flakkerden, loof ritselde en in de verte klonk een rijwiel met hulpmotor. Laatstgenoemd geluid zwol aan, de bromfiets naderde. Bij de kapel gekomen, stapte een man af. Verweerde kop, grijze snor, doorleefd colbertje. Hij ging naast me zitten. Zwijgend. Om de stilte te doorbreken, wees ik naar de kapel en vertelde: ‘In zo’n huisje woonde Maria woonde Maria in Nazareth. In het jaar 1290 tilden engelen het op en vlogen het naar het Italiaanse Loreto. En daar staat het huisje nu nog. Dit is een replica uit 1674.’ ‘Dat is een mooi verhaal’, glimlachte mijn buurman. ‘Ik ben Kostas van Mesta op het eiland Chios. En ik weet ook een mooi verhaal.’ Kostas bleek een ex-mijnwerker. Veertig jaar gelden uit Griekenland gekomen, vanaf het eiland Chios.

Eureka! Eureka!
Kostas: ‘En dat was gek, want wie van Chios komt is zeeman. Als kind deed ik alles met Nikos, mijn broer. Spelen, druiven en olijven plukken of de pastoor, vader Giorgos, helpen met het opknappen met de kerk. Die werd prachtig, maar het geld raakte op en er waren nog geen stoelen. Toen bedachten Nikos en ik een geheim plan. We zouden ‘s nachts fakkels laten branden tussen de olijfbomen. Zodat de piloten van de vliegtuigen die elke nacht over Chios vlogen, zouden denken dat er een landingsbaan was. Eenmaal aan de grond, wilden we stoelen uit het vliegtuig slopen. Briljant idee, vonden Nikos en ik. Woest schreeuwden we: Eureka! Eureka!

Maar de eerste piloot reageerde te laat, zijn vliegtuig crashte aan de andere kant van de bergen. De tweede piloot, de volgende nacht, reageerde te vroeg, Zijn kist verdween in zee. Weer een nacht later zagen we hoe het derde toestel precies tussen onze fakkels terechtkwam. Maar het vloog onmiddellijk in brand. Alle stoelen waren verkoold. Daarna besloten Nikos en ik om samen met Dimitri, een sponsduiker, de stoelen uit het tweede vliegtuig boven water te halen. Maar ook dat bleek lastig. We kamen niet verder dan twee blauwe stoelen.’

Echt waar?

Opnieuw zweeg Kostas. De oude Griek viste een pakje shag uit zijn colbert en begon, starend naar de flakkerende kaarsjes in de kapel, een sigaret te rollen. Ademloos had ik geluisterd. ‘Echt waar?’ Meer wist ik niet te zeggen.Terwijl Kostas zijn versgedraaide sigaret opstak, keek hij mij met grote ogen aan. Daarna bulderde hij: ‘Nee, natuurlijk niet! Maar het is toch een mooi verhaal?’ Vervolgens heb ik daar bij Onze Vrouw onder de Linden ruim een half uur zitten grinniken met een man die ik voorheen niet kende. Toen hij weer op zijn brommer stapte, zei hij nog: ‘Maar als je ooit nog eens in Mesta komt, moet je in de taverna op het dorpsplein naar Despina vragen, de dochter van Dimitri. Zeg haar dat Kostas elke dag aan haar denkt.’

Een groot hart

Vandaag, twee jaar later, ben ik op Chios. Ik heb de Chios-stad bekeken, waar enorme boten af- en aanvaren. Ik heb het dorp Pirgi gezien, waar op de witversierde muren trossen tomaten hangen te drogen. En Anávatos, een vrijwel verlaten dorp, hoog op een berg. Het Nea Moni klooster, waar honderden schedels herinneren aan de massamoord door de Turken in 1822. De plek waar Homerus doceerde. Plus uitbundige fresco’s, bedwelmende jasmijn, stille stranden en dan nu de Kapiteinspoort van Mesta. Ik loop door de oude poort en vind plein én taverna. Zelfs Despina blijkt te bestaan, een kordate vrouw met wijze ogen. Glimlachend hoort ze mijn boodschap aan en zegt: ‘Kostas is een lieve man met een groot hart. Hij vertelt verhalen over Mesta in de hoop dat mensen dan naar Chios zullen gaan. En zo te zien, is dat weer eens gelukt.’

Na een voedzaam maal en een glas ouzo reken ik af. Via kronkelsteegjes zoek ik naar de uitgang van het dorp. Plotsklaps verstijf ik. Tegen een muur, onder een tros drogende, felrode tomaten staan twee versleten, vaalblauwe vliegtuigstoelen.


Plaats een reactie

Uw e-mailadres is niet zichtbaar voor andere bezoekers.
*
advertentie
advertentie