advertentie
Roadmap
|
Terrein
|
Satelliet
|
Hybrid
Toon kaart

Gran Paradiso Nationaal Park

Eind oktober, de laatste dagen voor de winter. Het gouden seizoen. De toeristen? Die zijn vertrokken. De steenbokken? Die zijn gebleven. Ronald Naar reist af naar hun oudste verblijfplaats, het Nationale Park Gran Paradiso in het noordwesten van Italië, en gaat op steenbokkensafari.

Parco Nazionale Gran Paradiso

Ten zuiden van het Valle d’Aosta ligt het Nationale Park Gran Paradiso. Italianen komen hier in juli en augustus vakantie vieren. Sinds halverwege de negentiende eeuw was het berggebied tussen het Val di Rhême en het dorpje Cogne het privé jachtgebied van koning Vittorio Emanuele II. De lokale bevolking mocht er niet jagen, de adel uit Milaan en Turijn echter destemeer. In 1919 schonk Vittorio Emanuele III het gebied aan de staat om er een nationaal park van te maken.Het Nationale park zelf wordt op dit moment begrensd door het Val di Cogne in het noorden en het Valle di Locana in het zuiden. Val di Cogne is relatief onaangetast, vooral bij Liliaz met de grote waterval.

Steenbokken

Nu er in het Parco Nazionale del Gran Paradiso niet meer wordt gejaagd, zijn de steenbokken tamelijk tam geworden. In het Gran Paradisogebied kun je ze soms tot op enkele meters afstand naderen.In de zomer leven de vrouwtjes steenbokken met hun jongen in aparte kudden op alpweiden boven de boomgrens. De mannetjes klauteren met statige bewegingen door de rotsen. In de winter is de hele familie weer samen.

Bijna uitgestorven
Halverwege de negentiende eeuw was in de dalen rondom het Gran Paradiso de machtige steenbok nagenoeg uitgestorven. Steenbokken zijn groter en zwaarder dan gemzen, en daardoor ook trager. Hierdoor bleken ze makkelijker te bejagen. Vooral in de zeventiende en achttiende eeuw werd er in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland meedogenloos op steenbokken gejaagd.

Persoonlijk jachtdomen
Nog los van het feit dat het vlees van het dier zeer geliefd was, en nog steeds is, werden destijds aan zijn lichaamsdelen, en vooral aan zijn hoorns, de haarballen in de pens en zijn geslachtsdelen, medicinale en vooral potentieverhogen eigenschappen toegekend. Daarnaast zou ook het eten van steenbokkenmest goed zijn tegen jicht en steenbokkenbloed een middel tegen nierstenen opleveren. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in de Alpen nog een kleine honderd dieren over. Deze leefden allemaal in het persoonlijke jachtdomein van de Italiaanse koning Vittorio Emanuele II rondom het Valnontey, een diepe vallei ten zuiden van het Valle d’Aoste. Niemand mocht hier onbevoegd jagen.

Steenbokken smokkelen
De steenbok was aan het begin van de twintigste eeuw zelfs zo schaars dat Zwitserse faunaliefhebbers illegaal Italie binnendrongen en in de dalen rondom van de Gran Paradiso ’s nachts steenbokken vingen die ze vervolgens in jute zakken het land probeerden uit te smokkelen. Dankzij die laatste steenbokken van de Gran Paradiso tref je vandaag de dag op tal van plaatsen in de kleinste Alpenrepubliek weer grote koloniën steenbokken aan, zoals in het kanton Graubünden dat zelfs de steenbok in haar wapen heeft staan.

Geschenk van de koning
In de hoop zich na de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog bij zijn volk wat populairder te maken, schonk de Italiaanse vorst in 1919 zijn privé-jachtgebied in het Valnontey aan de Italiaanse staat. Destijds ging het om bossen en alpweiden van alles bij elkaar nauwelijks tweeduizend hectare. In de decennia daarna werden echter telkens nieuwe dalen, gletsjers en bergketens aan het jonge nationale park toegevoegd. En deze werden onder almaar strengere bescherming geplaatst. Het resultaat is een van de grootste en tegelijkertijd een van de mooiste nationale parken van de Alpen.Nu omvat het park Gran Paradiso liefst 75.000 hectaren. En binnen haar grenzen leven een kleine vijfduizend steenbokken.

Gemzen

Naar schatting leven er op dit moment 6000 gemzen binnen de grenzen van het Parco Nazionale. Deze razendsnelle dieren met hun korte, gekromde gewei zijn schuwer dan de steenbokken. Zelfs in het steilste terrein kunnen ze sprongen maken van soms wel vier tot vijf meter ver, waarbij ze met grote precisie op de smalste richeltjes kunnen landen. ‘s Zomers grazen gemzen op de hoogste alpweiden. In de winter dalen ze echter af naar de bossen van de dalen. Het symbool van het Parco Nazionale del Gran Paradiso is de grotere steenbok, de Capra Ibex. Deze trotse dieren dragen op hun hoofd twee enorme gekromde horens.

Andere zoogdieren

Een ander zoogdier dat je op de alpweiden gemakkelijk kunt zien is de bergmarmot. Hij voedt zich vooral overdag en houdt ervan om naast zijn hol te zonnen. Als hij wordt gestoord, slaakt hij een hoge, schelle fluittoon uit, waarna hij soms minutenlang stokstijf naar het naderend gevaar kijkt en vervolgens zo spoedig mogelijk onder een steen of in zijn hol wegkruipt.Zeldzamer in het Parco Nazionale del Gran Paradiso zijn de vos, de haas, de steenarend, de korhoen en de steenpatrijs.

Flora

Binnen de grenzen van het Parco Nazionale del Gran Paradiso groeien en bloeien zo’n 1500 plantesoorten. Daaronder zijn veel bekende alpenbloemen, zoals edelweiss, gentiaan en ranonkel, maar ook zeldzame soorten zoals het linneausklokje en de zwarte vanilleorchis. De bossen bestaan voornamelijk uit dennen.

Parkregels en voorzieningen

De toegang tot het Parco Nazionale del Gran Paradiso is gratis. Binnen de parkgrenzen gelden een aantal regels: je moet op de paden blijven, je mag geen vernielingen aan planten aanbrengen en je mag de dieren niet storen

Plaats een reactie

Uw e-mailadres is niet zichtbaar voor andere bezoekers.
*
advertentie
advertentie