Drie dagen Laos

REIZ&-redacteur Kees Lucassen reisde vanuit Bangkok via Chiang Mai naar Chiang Kong, in het noordoosten van Thailand. Hier vind je foto’s van het vervolg van de reis, naar Luang Prabang in Laos. Het artikel van de reis verscheen in REIZEN Magazine nummer 12 2010.
Tekst Kees Lucassen, foto’s Adri Berger
Klik op de foto’s voor een vergroting
Chiang Kong in noordoost Thailand is goed voor visa voor Laos en tickets voor zowel de bus naar Luang Prabang als de tocht per boot naar die stad. Mits die boot vaart, en dat is morgen niet het geval, en overmorgen helaas ook niet, vanwege de lage waterstand van de Mekong. Daarom koop ik voor 1000 baht (€ 40) een kaartje voor een mini-bus.
Gaby en Vicky, de twee rugzakreizigsters uit Nieuw Zeeland, regelen hun visa op de veranda van het Easy Café in Chiang Kong. Vicky: ‘Het was de Franse ontdekkingsreiziger Henri Mouhot die Luang Prabang, een stad vol schitterende tempels, diep in de jungle van Laos, in 1861 bekend aan de wereld maakte. Hij noteerde: ‘Als het niet zo vervloekte heet zou zijn, was dit het paradijs’, en overleed spoedig daarna aan malaria.’
Mijn voorlopig laatste avond in Thailand breng ik door in de hoofdstraat van Chiang Kong, smokkelaarsnest, marktplaats voor bergvolkeren en sprinkplank naar Laos. ’s Avonds is er niet veel vertier de hoofdstraat. Maar iets eten, dat kan altijd.
Lange, smalle bootjes pruttelen reizigers over de Mekong van Chiang Kong naar Huay Xai, en dus van Thailand naar Laos. Daar wordt mijn paspoort gestempeld en ruil ik 100 euro tegen 1.115.000 kip. Als kersverse miljonair wordt mij beleefd verzocht even op het busje te wachten, waarna ik ook Gaby en Vicky voet aan wal zie zetten. Om half 12 – drie uur later dus – hobbelen we Huay Xai uit voor een rit van 567 kilometer.
We passeren rijstvelden. En kleine huizen van steen, hout en riet, meestal op palen, om wassend water en ongedierte buiten de deur te houden. Tussen de palen scharrelen kippen en hangbuikbiggen. Kleine, ranke vrouwen, met baby’s op de rug gebonden, halen water bij een pomp.
Na ruim 150 kilometer stofhappen vindt om onverklaarbare redenen een buswissel plaats. Onze minibus wordt vervangen door een vehikel van hetzelfde merk. Zonder airco, maar met versplinterde buitenspiegel en een radio waaruit luid gekraak of Laotiaans gejodel klinkt en een chauffeur, Peuk, een grootverbruiker van cafeïnerijke drank.
Dan is het donker. We stoppen in Udom Xai voor enkele spiesen met gekruid kippenvlees. Peuk staat te smoezen met twee patserig ogende Chinezen, die hem vervolgens wat geld toestoppen, waarna we dichter op elkaar moeten gaan zitten, zodat er naast mij nog twee plaatsen vrij komen. De Chinezen gaan echter niet mee, maar hun Laotiaanse vriendinnen wel. Jong, giechelend en vrij kuis gekleed, maar voor dit land bovengemiddeld sexy.
De ‘dames’ vallen snel in slaap, de linker met haar hoofd op mijn schouder. De jasmijnshampoo van mijn buurvrouw ruikend, lees ik, met behulp van een hoofdlampje, mijn reisgids: ‘Luang Prabang, de oudste stad van Laos en sinds 1995 werelderfgoed, ligt op een schiereiland tussen twee rivieren, de Mekong en de Nam Khan’, ‘Hier vind je zowel belangrijke historische tempels als een oud Koninklijk Paleis, dat nu een museum is’, ‘Midden in de stad ligt de Phu Si, een hoge heuvel.’ En: ‘In de bergen rond de stad wonen vele minderheden, zoals de Hmong, Akha en Thai-Leu.’ Op de markt vallen ze op door hun kleurige kleding.
‘Keshous!’, gilt Peuk, de bus parkerend. Na dertien uur busreis worden we kwart over een ’s nachts gedropt in een straatje vol gesloten guesthouses. Luang Prabang heeft (nog) niet de 24-uurs economie van Bangkok of Chiang Mai. Wel vinden we voor guesthouse Phonemaly een knikkebollende portier die, eenmaal gewekt, een schone kamer voor zowel Vicky & Gaby als mij in de aanbieding heeft, voor 140.000 kip (€ 13,50) per nacht. Dit is kamer 7, mijn kamer, met tv en douche.
In Laos vind je in elke plaats van enige omvang een hotel of guesthouse. In Luang Prabang is het aanbod groot, van budget-guesthouse (minder dan € 10 per nacht) tot vijfsterrenhotel, zie ook www.tripadvisor.com.
Drie REIZ&-tips:

* Phonemaly Guesthouse (zie bovenstaande foto). In het straatje naast de Joma Bakery, waar je lekker kunt ontbijten, Gratis fruit en koffie. 2-pk met badkamer vanaf € 9.
* Sayo Xieng Mouane Guesthouse, Frans koloniaal pand nabij paleis en tempels, 2-pk met badkamer vanaf € 22. http://sayoguesthouse.free.fr
* Mekong Riverview Hotel, boetiekhotel op onvergetelijke plek, luxe 2-pk met vele extra’s vanaf € 86. www.mekongriverview.com
Dan is het tempeltijd. Ik zal u niet vermoeien met alle bijzonderheden van de 32 historische tempels die de stad rijk is, maar neemt u van mij aan dat het er veel zijn. Wij genoten van Wat Mai (zie foto), waar een zwaarvergulde bas-reliëf het verhaal van…
…van Phravet verteld, een der laatste avatars (reïncarnaties van Boeddha). En van de naga’s (waterdraken) op het plafond van Wat Xieng Muan, het schitterende glasmozaïek van Wat Xieng Thong, die als bijnaam ‘klooster van de gouden stad’ heeft. En van……
…de vrolijke jonge monniken die leren schrijven, metselen en ‘a little English’ spreken, en van…
…deze hemelse dames op de muren van Wat Ho Siang, waarop overigens eveneens de gruwelijkheden van de hel tot in detail zijn afgebeeld.
Vervoer ter plekke: voor een vriendelijke prijs zijn op diverse plekken in Luang Prabang tuktuks met chauffeur te huur. En zowel bromfietsen als gewone fietsen, voor een hele of halve dag. Wij huren onze fietsen voor € 1 per fiets per dag.
Laos was van 1893 tot 1954 een Frans protectoraat, en in de vele koloniale panden die de stad rijk is, huizen nu restaurantjes, hotels, internetcafés, guesthouses en bureautjes die trips aanbieden. Eco, groen, fair & duurzaam. En van in en rond de stad tot diep in Laos. Want geïsoleerd is de stad niet meer. Naast Lao koffie, Beer-Lao en Lao-Lao (rijstwhisky), bestel je net zo gemakkelijk een English breakfast, Italiaanse pizza of een Belgisch biertje. Overal schuifelen backpackers op sandalen.
Op de dagelijks versmarkt ligt, naast verse sprinkhanen, kikkers en stukken slang, vitamine C in voor ons nog onbekende vormen. Heerlijk zoet.
Op de dagelijkse avondmarkt bieden de talrijke bergvolkeren hun waren aan. Rijstwhisky, kleurige zijde, zilveren sieraden, verrukkelijke koffie, verse fruitshakes en nep-Zippo’s uit de Vietnam-oorlog. Phone, mijn guesthouse-eigenaar, vertelt: ‘Laos was neutraal, wat de Amerika niet geloofde, reden om ons land jarenlang zwaar te bombarderen. We woonden bij een grot die als schuilkelder werd gebruikt, maar waren te laat om te schuilen toen de vliegtuigen kwamen. Er zaten 367 mensen in, en juist daar viel de bom. Iedereen dood. Wil je de foto’s zien?’
Met Gaby & Vicky bezoek ik de Hive (www.hivebarlaos.com), die een heuse catwalk bezit, inclusief lichtshow. Onder het genot van een cocktail krijgen we een modeshow te zien, onder meer Khmu, Lahu, Ho, Tai-Lue, Akha en Hmong tonen hun traditionele kleding.
De volgende ochtend zit ik al vroeg , met enkele andere toeristen, in een lange en smalle teakhouten boot, waarmee we keien omzeilend de rivier opvaren. Op weg naar de grotten van Pak Ou, die zich pakweg 35 kilometer stroomopwaarts van Luang Prabang bevinden. We zien mistige heuvels, vissers met netten, vrouwen die de was doen, een boer die een buffel in zijn bootje probeert te trekken, Lao-Lao-stokerijen en goudzoekers, zevend op zandbanken.
In een klif, loodrecht oprijzend uit de rivier, ontwaren we de grotten. Al sinds de 16de eeuw is dit een boeddhistisch heiligdom.
Duizenden boeddha’s van hout, brons, hoorn en gebakken klei zijn hier door pelgrims bijeengebracht.
In de Tham Ting, de lagere grot, vergapen we ons aan de boeddha’s. Een trap slingert omhoog naar Tham Phum, inderdaad, de hogere grot, die 54 meter diep is en…
Stikdonker, maar bij de ingang kun je een zaklamp huren (5.000 kip/€ 0,45). Ik heb echter een kaarsje, waarmee ik denk een stuk antiek perkament te ontdekken, maar nader onderzoek leert dat ik ben gestuit op…
…een stuk beschimmeld karton met bovenstaande tekst.
Xang Hai is een authentiek Lao-dorp, vlak buiten Luang Prabang. Met dit verschil dat ze hier vanuit elk huis proberen weefsels en lao-lao aan falang (blanke buitenlanders) te slijten, waarbij gezegd dient te woorden dat ze dit erg vriendelijk doen en dat de kleurige zijde echt schitterend is. Een shawl en een fles rijker stap ik weer in de boot die me terug naar Luang Prabang zal brengen. 
De volgende dag vlieg ik terug naar Bangkok. Sjokkend door de hectische en hypermoderne luchthaven, trek ik met een hand mijn trolley vooruit en knijp met de andere even in mijn arm.
Plaats een reactie

