Esther Bakker in Swaziland
Esther Bakker, auteur van het wandelartikel ‘Swaziland–Welkom in het wandelpark van de koning (REIZEN Magazine, december 2008), woonde met haar gezin een jaar in Swaziland. Zij schreef er een boek over: De bomen vliegen je om de oren – een jaar in Swaziland.
Bespreking

Esther Bakker: De bomen vliegen je om de oren – een jaar in Swaziland.
De ondertitel van Esther Bakkers boek is niet origineel, wél duidelijk: Een jaar in Swaziland. Dat doet denken aan eerder verschenen reisboeken: Een jaar in de Provence, Een jaar in de Languedoc, Een jaar in Toscane en Een jaar in China.
Journalist Esther Bakker, auteur van het wandelverhaal in Swaziland (zie REIZEN Magazine nr. 12/2008), vertrok enkele jaren terug met haar man naar Swaziland, waar hij aan de slag ging bij een hulporganisatie.
De auteur doet in De bomen vliegen je om de oren verslag van een jaar vol verwondering en tegenslag, lust en leed, woede en blijdschap, beleefd vanuit een wit huis tussen olifanten, apen en palmen.
Het verhaal volgt een bekend patroon: echtgenoot als ontwikkelingswerker veel op pad, vrouw moet het maar zien te rooien met drie kinderen in een ver land.
Dat thema is overbekend. Het boek biedt dan ook niet veel nieuws, wel veel herkenning. Expats in spe, ouders, oma’s en opa’s van expats zullen hun voordeel kunnen doen met Esthers boek. Voor Nederlanders die ervan dromen eens een jaartje met het gezin in Afrika te wonen, kan het lezen van Esthers boek geen kwaad.
Het mooie maar lastige Swaziland haalde het beste en het slechtste in de auteur boven. De feesten zijn heerlijk en exotisch, de verwaten expat-vrouwen in hun villa’s met zwembad die Swaziland bevolken soms hoogst ergerlijk.
Gifslangen
Er zijn gifslangen in de achtertuin, hondsdolle puppy’s, omvallende bomen en bosbranden. Er gaat een meisje van vier dood, omdat er in Swaziland geen medicijnen zijn tegen hondsdolheid. Swaziland heeft het hoogste percentage hiv-geïnfecteerden ter wereld. Eén op de drie kinderen is wees of half wees. Dat is even wat anders dan een leven in veilig Amsterdam. Vooral als je voorheen, zo meldt de achterflap, niet verder kwam dan een huisje in Drenthe, met je gezinnetje. ’De bomen vliegen je om de oren’ is een persoonlijk boek, geschreven vanuit het perspectief van Esther. De verhouding met de bazige huishoudster Julia speelt een grote rol. (‘Dit boek zou nooit geschreven zijn zonder Julia’, staat in het voorwoord.) Het boek geeft een mooi beeld van een jong, modern Hollands gezin dat in een klap in een arme Afrikaanse samenleving wordt gesmeten. Man lekker weken weg voor interessant ontwikkelingswerk, vrouw plotseling van Nederlands journalist teruggeworpen in de rol van alleenstaande moeder, huissloofje en kinderoppas. Hoe regel je de scholen voor je kinderen? Eten op tafel? Kinderfeestjes? Hoe ervaar je de sociale contacten met vrouwen die je in Nederland lekker kan ontlopen? En vooral: hoe houdt je relatie het in den vreemde? Neen, Esther had het de eerste maanden niet gemakkelijk in Swaziland. Al maakt de natuur van Swaziland veel goed. Zondagochtend apen, olifanten en zebra’s kijken is wat anders dan een dagje naar de Efteling. Overigens: Esther Bakker is kort geleden met haar gezin verhuisd naar Mali voor een nieuw avontuur. Afrika werkt kennelijk toch verslavend.
Fragment uit: ‘De bomen vliegen je om de oren’

De straten worden hier geveegd, het vuilnis netjes opgehaald, de snelwegbermen worden gemaaid. We hebben internet, de telefoons werken en het land lijdt niet noemenswaardig onder geweld of politieke onrust. Swaziland mag dus in staat worden geacht hondsdolheid onder controle te houden. Of in elk geval kan het zorgen voor een voorraadje vaccin in de koelkast. Dat is helemaal niet te veel gevraagd van een land waarin tien procent van de mensen in veel te grote dure auto’s rijdt. Gigantische fourwheeldrives met twee banken en een bakkie achterop, met één piepklein vrouwtje achter het stuur. De directeur van een grote hulporganisatie die privé in een exclusieve roomwitte Rover rijdt. De Hummer die ik voorbij zag rijden, grotesk. De gloednieuwe Jaguars, bmw’s en Mercedessen. Al dat geld dat over de provinciewegen van Swaziland raast. De Swazi’s zouden verplicht moeten worden om tien procent van wat ze aan het wagenpark uitgeven in de staatskas te storten. Dan zouden oude vrouwtjes niet flauwvallen van de honger als ze in de rij staan om hun achterstallige (vorige week kwam het geld drie maanden te laat) pensioentjes op te halen. Dan zouden alle wezen een bordje eten op school kunnen krijgen. Dan zou het deprimerende regeringsziekenhuis een normale medicijnvoorraad kunnen krijgen. Dan zouden alle huizen aangesloten kunnen worden op de waterleiding, zodat de was gedaan kan worden zonder dat iemand de rivier in wordt getrokken door een krokodil.’
Plaats een reactie

