Vervoer ter plaatse
Istanbul is gigantisch en onoverzichtelijk, maar geen nood. Zelfs voor iemand die een kaart standaard ondersteboven leest en altijd de verkeerde kant op loopt is alles bereikbaar. De wijken rondom de Gouden Hoorn – met de bekendste bezienswaardigheden – zijn prima te voet te verkennen en bieden een hoop vertier.

Wie het verderop zoekt krijgt te maken met het chaotische verkeer. De gemakkelijkste manier om door Istanbul te reizen is met de taxi. Voor een paar euro toer je overal naar toe, maar hou wel rekening met langere reistijden in de spits, ook taxi’s staan dan muurvast. Qua openbaar vervoer is er een breed aanbod op de weg: dolmus (taxibusje), bus, metro en tram. Door de lucht kan ook, met de kabelbaan, eigenlijk vooral voor het uitzicht leuk. En dan is er nog de veerboot die goedkoop en snel tussen Europa en Azië heen en weer dobbert.
Ze zijn geel, goedkoop en gemakkelijk te krijgen. Taxi’s zie je in Istanbul op elke straathoek en hoewel ze rijden als kamikazepiloten zijn de chauffeurs over het algemeen betrouwbaar. Mocht de man achter het stuur de meter niet aanzetten, wijs hem er dan even op. Het starttarief is ongeveer 1 lira (zo’n 50 cent), na elf uur ’s avonds begint de meter rond de 2 lira te tikken. Per stadsritje ben je ongeveer 3 euro kwijt, van de stad naar het vliegveld kost je maximaal 10 euro. Probeer het reizen in de spits zo veel mogelijk te vermijden, na vijf uur is het centrum van de stad één grote verstopping.

De AKBIL-pas is een oplaadbare OV-kaart die geldig is in stadbus, zeebus, metro, tram en veerboot. De pas, een soort sleutelhanger, kun je kopen en opladen bij één van de AKBIL-kiosken, bijvoorbeeld op het Taksimplein of in Sultanahmet vlakbij de Blauwe Moskee. Het is nog eens 10% goedkoper dan de toch al erg lage tarieven en je kunt heel handige met meerdere personen op één pas reizen.

Zelfs voor de meest avontuurlijke puzzelaar is de dolmus een uitdaging, maar als je de tijd hebt leuk om te proberen. Het is in elk geval een écht locale ervaring.Een blauw bord met een zwarte D geeft de halte aan, op de ruit van het busje staat het begin- en eindpunt. De dolmus (Turks voor gevuld) gaat pas rijden als alle stoelen vol zijn, dus geduldig wachten tussen moeders met kinderen en oudere heren is vaste prik. De bus werkt volgens een systeem dat haast net zo ondoorzichtig is als dat van de dolmus. Voor vermoeide voeten is het wel handig om te weten dat er een hop-on-hop-off service is langs de belangrijkste bezienswaardigheden.

De moderne metro is niet bepaald uitgebreid. Er is maar één lijn: van het Taksimplein naar Levent. Vanaf Taksim bereik je in een snelle zoef de noordelijker gelegen shopwijken Bebek en Nisantasi en het enorme shopping mall Akmerkez in Etiler. Het metronetwerk wordt doorgetrokken naar Yenikapi aan de zuidkant van Sultanahmet. Nóg korter, maar wel heel schattig, is het oeroude metrokarretje dat je in een paar minuten van de Galatabrug stijl omhoog naar de Istiklal Caddesi hijst. Het lijntje heet Tünel en toegangsmuntjes (tokens) koop je voor nog geen lira op het station.

Nostalgisch trammen kan op de Istiklal Caddesi zelf. Een piepklein trammetje pendelt heen en weer over deze winkelstraat. Muntjes koop je voor minder dan een lira op het Taksimplein – maak je geen zorgen, de verkopers vinden jou wel – of bij het bovenste Tünelstation. Een andere antieke tram rijdt aan de Aziatische kant van de stad, tussen Kadiköy en Moda. Een moderne tram is er ook in Istanbul, maar het vermijden waard. Hij rijdt tussen Kabatas aan de Bosporus door Beyoglu, over de Galatabrug naar Sultanahmet en dan van Eminönü langs het Topkapi-paleis, de Aya Sofia, de Blauwe Moskee en de Grote Bazaar. Daarna rinkelt hij door naar het westen, waar net geen aansluiting is op de LRT (zie onder) naar het vliegveld. Muntjes zijn wederom minder dan een lira en te koop bij de witte cabines op de meeste tramhaltes. Maar: vanwege het verkeer in dit deel van de stad is lopen meestal sneller.
Het Light Rail Transport-systeem (LRT) is een soort combinatie van tram en metro waarmee je goedkoop naar de luchthaven Atatürk kunt reizen. Hij vertrekt van Aksaray, op vijf minuten lopen van Zeytinburnu, het eindpunt van de tram. Een taxi is overigens gemakkelijker – geen onhandig gezeul met koffers en gezoek naar haltes – en sneller.

Boven de vallei in het Maçkapark – achter het Dolmabahcepaleis – bungelt een moderne kabelbaan in drie minuten van het Hiltonhotel naar het Swissotel. De oudste kabelbaan van Istanbul doet inmiddels ook alweer een paar jaar trouwe dienst, in een gloednieuw jasje wiebel je over de oudste route: van pelgrimsoord Eyüp naar het beroemde Pierre Loti Café. Niet geschikt voor wie lijdt aan hoogtevrees, voor wie wel naar beneden durft te kijken een absolute aanrader.
Van Europa naar Azië of andersom? De veerboot is goedkoop, snel en nog leuk ook. De meest gebruikte verbinding is die tussen Eminönü op de Europese oever – aan de Sultanahmet-kant van de Gouden Hoorn, rechts van de Galatabrug – en Kadiköy in Azië. De routes staan aangegeven op de boothuizen, bij het loket koop je voor circa één lira een muntje waarmee je door het poortje kunt.Zeebussen – moderne catamarans – zijn razendsnel en supercomfortabel, maar ook drie keer zo duur als de veerboot. Je ziet veel minder van de omgeving als je met deze snelheid over het water knalt, maar wie haast heeft is er blij mee.
Vragen over het openbaar vervoer in Istanbul of slimme tips? Vertel het me! Mail naar cityexpert@anwb.nl.
Plaats een reactie

