Lezersverhaal Baskenland
Hoewel vrienden en kennissen voorzichtig informeerden waarom ze zo nodig ‘die regio van de ETA’ wilden opzoeken, gingen Jos Caubo en Nancy Peppelenbos tien dagen toeren door Baskenland, en het aangrenzende Cantabria. Hun conclusie: onbekend maakt onbemind. Als je in ruim anderhalve week zegge en schrijven vijf auto’s met een Nederlands kenteken tegenkomt, is duidelijk dat veel landgenoten toch de voorkeur geven aan de bekendere costa’s. Ten onrechte, want beide provincies in het Noordwesten van Spanje zijn echte landschappelijke parels.
Tekst en foto’s: Jos Caubo
’Eskerrik asko etortzeagatik!’, zegt de vriendelijke ober tegen ons als we het restaurant in Castro-Urdiales na een heerlijke maaltijd verlaten. Huh???, kijken we hem niet-begrijpend aan. ’Gracias por su visita’, verduidelijkt hij. Met het beetje vakantiespaans dat we allebei spreken is daaruit gemakkelijk te begrijpen dat hij ons bedankt voor onze komst, maar de oorspronkelijke zin in het Baskisch gaat ons toch zwaar boven de pet. Baskisch lijkt echt nergens op!
De taal is niet het enige waardoor we er al na een dag achterkomen dat Baskenland écht anders is dan de rest van Spanje. De huizen zijn er anders –vooral ook door de vrolijke kleuren waarin deuren en ramen zijn geschilderd-, de typografie van de letters van opschriften is écht anders, de muziek is er anders, en vooral het eten is er anders. Het is niet voor niets dat de koks uit Baskenland algemeen worden beschouwd als de meest innovatieve en spraakmakende chefs van het moderne Spanje. Zoals bijvoorbeeld Martin Berasategui, de culinaire grootmeester uit Bilbao. Als we tijdens ons bezoek aan het werkelijk betoverende Guggenheim museum in het door hem geleide museumrestaurant willen gaan eten, blijkt hoe populair hij is. ‘Reservado?’, vraagt de ober meteen bij binnenkomst. Nee dus, en even later zitten we bij een stokbroodje jamon íberico buiten het museum te bedenken dat we tevoren tóch even hadden moeten reserveren. Tja, als je alles vooraf weet!
Stieren
Een paar dagen tevoren zijn we met Ryanair naar het Zuidfranse Pau gevlogen en met een huurauto via een schitterende route door de Pyreneëen naar Pamplona gereden, onze eerste overnachtingsplaats. Pamplona, op de grens van Navarra en Baskenland, is wereldberoemd vanwege het Fiësta de San Firmin, zo fraai beschreven door Ernest Hemingway. Gelukkig zijn er geen loslopende stieren als we door de oude binnenstad lopen, en ondanks de bekendheid van Pamplona zijn er –half september- ook nauwelijks toeristen te bekennen. Toch lopen we de volgende dag geheel onverwacht wél tegen loslopende stieren aan, als we in het richting de Riojastreek gelegen stadje Viana even willen stoppen voor een café cortado. Zodra we uit de auto stappen zien we van alle kanten in het wit geklede mannen met een rode sjaal om hun middel geknoopt richting centrum lopen. Als we even later door de Middeleeuwse stadspoort op het Plaza Mayor stappen wordt ons duidelijk wat ze gaan doen. De aan het plein grenzende straat is helemaal afgesloten met zware houten hekken, van waarachter duizenden mensen staan te joelen naar vier loslopende stieren. Als politiek correcte Nederlander kom je dan toch een beetje in tweestrijd met jezelf: omdraaien, of gaan kijken? We besluiten het laatste te doen, hoewel met gemengde gevoelens. Aan de ene kant is er het gevoel getuige te zijn van een heel authentiek folkloristisch evenement, en aan de andere kant realiseer je je dat je staat te kijken naar een paar gestresste stieren die door enkele jonge waaghalzen worden opgejaagd.
Rioja
Hoewel de Riojawijnen natuurlijk heel bekend zijn, lijkt de streek zelf dat duidelijk minder te zijn. We toeren in onze huurauto door mooie wijngaarden en aantrekkelijke oude dorpjes, maar rijden over compleet lege weggetjes. Als we in het plaatsje Elciego aankomen, blijkt het met die onbekendheid echter toch wel mee te vallen. We willen er het wijngoed van Marques de Riscal bezoeken, omdat we in onze reisgids hebben gelezen dat het gebouw op het wijngoed is ontworpen door niemand minder dan Frank O. Gehry. Hij is de ontwerper van het beroemde Guggenheim museum in Bilbao. ‘Helaas’, zegt de receptionist bij het proeflokaal, ‘als u niet gereserveerd heeft gaat een rondleiding vandaag niet meer lukken’. Het groepje luidruchtig wijn drinkende Amerikanen achter hem maakt ons duidelijk dat er tóch meer mensen de Riojastreek bezoeken dan we dachten!
Een paar uurtjes later rijden we Vitoria-Gasteiz binnen, de huidige hoofdstad van Baskenland. Daar waar we een wat slaperig provinciestadje hadden verwacht, genieten we 24 uur van een bruisende en trendy stad midden in het Spaanse platteland. En we hebben geluk: het meerdaagse Festival Internacional de la Magia is net begonnen, waardoor er overal in het centrum optredens zijn in het kader van “magische kunst”. Bij toeval stuiten we op een fabelachtige performance van de Duitser Johan Lorbeer (zie www.johanlorbeer.com), en staan mét vele honderden toeschouwers ruim tien minuten vol ongeloof te kijken naar een man die in maatkostuum nonchalant met één arm tegen een muur leunt…..ruim een meter boven de grond! Hij lijkt te spotten met alle wetten van de zwaartekracht, en we blijven tegen elkaar zeggen dat dit niet kán. Mensen lopen onder Lorbeers’ voeten door, om te kijken of er misschien toch niet iets is waar hij stiekem op staat. Maar nee, hij zweeft écht, leunend tegen de muur! Natuurlijk is het een truc, zo blijkt even later als een assistent van Lorbeer ons vertelt hoe het werkt. Met behulp van een akelig echt lijkende kunsthand die tegen de muur is geschroefd, een verborgen titanium constructie én een fantastische lichaamsbeheersing Lorbeer alle omstanders tot aan het moment van uitleg geloven dat hij écht zweeft.
Guggenheim
Het Guggenheim museum is eigenlijk een beetje de aanleiding voor onze reis naar Baskenland geweest, en gelukkig niet ten onrechte, zo blijkt als we een paar dagen later in Bilbao aankomen. Bilbao is er dankzij het museum én een daadkrachtig stadsbestuur in geslaagd om zich te bevrijden van het grauwe industriële imago waar veel mensen de stad voorheen mee associeerden. Het Guggenheim alleen trekt al meer dan een miljoen bezoekers per jaar, en zorgt daarmee voor een ongekende opleving van heel Bilbao. De vitaliteit spat er uit de keien bij wijze van spreken, en ondanks het relatief beperkte inwonertal van 350.000 heeft de stad een onmiskenbaar kosmopolitische sfeer die prettig en heel relaxed voelt.
Het museum overtreft echt al onze verwachtingen. Daar waar de spectaculaire en met titanium platen beklede buitenkant eigenlijk al genoeg is om onder de indruk te komen, is het fantastische atrium waar je direct na de binnenkomst loopt dat nog véél meer. Met open mond lopen we uren door het museum. Het gebouw laat zich moeilijk omschrijven; je moet het gewoon met eigen zien om het te kunnen ervaren. De website geeft overigens een goede eerste indruk: www.guggenheim-bilbao.esWe besluiten nog wat verder naar het westen te rijden, en rijden door het groene Cantabrië tot aan de provinciehoofdstad Santander. Santander is een wat stugge ‘werkstad’ zonder al te veel echte bezienswaardigheden, maar waar we niettemin een héle leuke avond doorbrengen in een echt prachtige oude bodega. Hoe komt het toch dat Spanje het alleenrecht schijnt te hebben op van die authentieke horecabedrijven, waar alles klopt en waar je een avond kunt eten en drinken voor een appel en een ei?
Verlaten
Verder rijden dan Santander staat de tijd helaas niet toe, we moeten terug richting Frankrijk. Op weg naar San Sebastian – in het Baskisch Donostia genoemd- mogen we echter eerst nog zo’n 150 kilometer langs de grillige Cantabrische en Baskische kust rijden. Feest! Spectaculaire vergezichten wisselen zich af met verlaten paradijselijke stranden, waar we af en toe lekker een uurtje ongestoord streeploos kunnen bruinen. Het nog geen 20.000 zielen tellende Castro-Urdiales is het sfeervolle hoogtepunt van deze etappe. We zijn er op zaterdagavond en hebben het gevoel in een waar volksfeest te zijn beland, maar een voorbijganger maakt ons duidelijk dat de locals hier elke week met vele duizenden ‘gewoon’ uitgaan. Toch net wat anders dan in ons eigen dorpje Steyl!In San Sebastian treffen we het: het 56e Internationale Filmfestival is er in volle gang. Niet zó maar een festival: na Cannes en Berlijn is het ’t grootste en bekendste filmfestival van Europa, en tijdens ons verblijf blijken onder meer Richard Gere, John Malkovich en Woody Allen ook in de stad te logeren. Alleen valt hun hotel waarschijnlijk in een iéts andere klasse dan ons eenvoudige pensionnetje. Maar daar staat tegenover dat wij geen honderden fans voor de deur hebben staan!
De reis is bijna ten einde. We rijden via Biarritz en Frans Baskenland terug richting Pau, maar niet na eerst nog Lourdes te hebben bezocht. Alle drukte, toeristische kermis en kitsch ten spijt is het indrukwekkend om te zien hoe veel mensen er kracht ontlenen aan hun geloof. Een mooie en ingetogen afsluiting van een prachtige reis!
Uw reisverhaal ook op www.reizen.nl?
Wilt u ook uw reisverhaal op REIZEN.NL terugzien? Stuur dan uw reisverslag met foto’s (max. 1000 woorden en circa 25 foto’s) naar:
reizen@anwb.nl o.v.v. Lezersverhaal www.reizen.nl
Wij maken een selectie uit de mooiste verhalen en laten het u weten wanneer het op de site geplaatst wordt.
Reacties
Er is 1 reactie geplaatst
Plaats een reactie



…ik ben om……had al het plan om naar Baskenland te reizen maar nu weet ik het zeker……bedankt! groet Marion