Liever naar de gevangenis

Noordwaarts fietsend langs de Irrawaddy moet ik tegen het eind van de middag vaststellen dat ik er niet in zal slagen een stad te bereiken waar westerlingen mogen overnachten. Dus sla ik af naar een dorp waar wellicht een gastvrij klooster te vinden is.
Op het dorpsplein tref ik aantal mannen die thee zitten te drinken. Eén van hen stelt zich in goed Engels voor als Wynn en vraagt tot mijn verbazing of ik misschien in zijn huis wil overnachten. Er breekt meteen een fikse discussie uit in het groepje theedrinkers, waarbij Wynn, geschrokken van zijn eigen voorstel, beteuterd naar de grond staart. Het is Birmesen immers ten strengste verboden westerse logées te huisvesten.
Maar na een verwarrend kwartiertje meldt Wynn verlegen dat de man naast hem de regionale politiechef is en dat deze wil proberen toestemming los te krijgen van zijn superieuren.
“Het besluit kunnen we bij mij thuis afwachten”, stelt Wynn voor. Mijn sympathieke gastheer blijkt een professor in de wiskunde te zijn die in zijn onderhoud moet voorzien als goudsmid en dorpsonderwijzer. Ik word door zijn gezin en ouders als een koning onthaald in een groot houten huis. Gelegen op een stretcher krijg ik de ene lekkernij na de andere voorgeschoteld. De bedeesde Wynn kan niet verhullen dat hij snakt naar contact met de buitenwereld. Uren spreken we over de moeilijkheden en repressie in zijn wereld en probeer ik zijn bewondering voor de mijne een beetje te nuanceren. Om elf uur komt zijn vriend de politiechef melden dat hij tot nu toe geen succes heeft gehad maar dat hij er nog één telefoontje aan gaat wagen. Omdat ik deze lieve mensen absoluut niet in gevaar wil brengen bereid ik me geestelijk voor op een lange nachtelijke fietstocht. Wynn wil me echter onder geen beding de duisternis in sturen. “Dan ga ik nog liever naar de gevangenis”. Een uur later brengt de politieman het verlossende maar ietwat bizarre resultaat van zijn telefoontje: ik mag blijven als ik de nacht doorbreng op een andere verdieping dan alle andere bewoners van het huis. Met glimmende ogen geeft Wynn’s vader me de volgende ochtend een zelfgetekend afscheidskaartje. Het toont een zwaar bepakte fietser die, komend van de maan, op de aardbol en Birma landt. En vervolgens doorfietst naar de sterren.
Plaats een reactie


