Route langs de offertempels van Mexico

In de hiel van Mexico (Yucatan) kleeft het bloed nog aan de tempelmuren. Verborgen tussen de dicht ineengevlochten jungle liggen de voormalige offerplaatsen van de Maya’s. REIZEN Magazine vond een route die de meest intrigerende tempelsteden aaneenrijgt. De koloniale stadjes en het Indiana Jones-gevoel krijg je er dan bij cadeau.
Download hier het artikel uit REIZEN Magazine
Langs de offertempels van Yucatan
Tekst, video en fotografie: Chris-Jan van der Heijden
Bloed aan de paal in Mexico
Bram en Freek hadden het WK in het jaar 1048 vast en zeker geboycot. Onder de totalitaire regimes van de Mayakoningen waren mensenoffers en slavernij net zo gewoon als sportwedstrijden op leven en dood. Pelote heette het favoriete balspel van de Maya’s. Of het nou voetbal was of meer iets van basketbal weg had, daar zijn de geleerden nog niet uit. Wel is zeker dat het verliezende team ook maar meteen aan de goden werd geofferd.
De finale van het WK moet hier in Chichen Itza zijn gespeeld. Het grootste Peloteveld van Mexico heeft de afmeting van een voetbalveld met aan de zijkanten twee stenen ringen . Daar moest een zware rubberen bal doorheen worden geschoten voor een doelpunt. Een patatgeneratie kenden de Maya’s niet. Om een of andere reden waren de spelers altijd gemotiveerd.
Dat dit bloeddorstige volkje (ze mochten ook graag harten uitrukken) in onze tijden met zoveel liefde wordt omarmd, heeft te maken met de keerzijde van die gewelddadige cultuur. De Maya’s hebben in hYucatan honderden tempels, piramides, sculpturen en reliëfs achtergelaten. Bewijsstukken van een cultuur waar astronomie, bouwkunde en portretkunst hoog ontwikkeld waren. Daarvoor neem je wat bloedoffers op de koop toe.
Nadat de Mayacultuur in de 15de eeuw teloor ging, werden de tempelsteden
teruggevorderd door de jungle. Pas halverwege de 19de eeuw werden de ruïnes herontdekt door de Amerikaanse ontdekkingsreiziger John Lloyd Stephens. Naar aanleiding van zijn sensationele beschrijvingen en door de romantiserende tekeningen van zijn illustrator Frederick Catherwood raakte de wereld bekend met een mystieke indianenbeschaving. Ergens op deze aardbol lag een jungle vol overwoekerde tempels en geheimzinnige piramides met schatkamers. Het is die romantiek waarnaar wij in Yucatan op zoek gaan. In de geest van Catherwood en Stephens, met de spirit van Indiana Jones en vervoerd door de pakezel van de moderne ontdekkingsreiziger. Vol verwachting draaien we de parkeerplaats bij Chichen Itza op. Hier begint onze route door dit gedeelte van Mexico.
Sterrenwichelaars of bloedbeulen
We staan voor een icoon van steen. De jungle die op de tekening van Catherwood de tempel van Kukulkan nog overwoekerde is al decennia geleden weggekapt en de piramide rijst op uit een gemillimeterd groen grasveld. Maar de hoofdtempel van Chichen Itza heeft niets van zijn natuurlijke gezag verloren. Op de dagen van de zonnewende wordt pas echt duidelijk hoe sterk dit staaltje Mayabouwkunst is. Net voor de zon ondergaat tekenen de schaduwen van de tempeltrappen het 34 meter lange silhouet van een slang. Kukulkan, de god van de elementen, de heilige gevederde slang, straalt je tegemoet. Het is de magie van de Maya’s in optima forma.
Magie, mystiek, avontuur, het is maar welk etiket je erop plakt. Het
koortsachtige archeologengevoel dat je inpalmt als je door Chichen Itza zwerft, zal de komende dagen steeds terugkeren zo gauw we weer een nieuwe overwoekerde tempelstad betreden tijdens onze route in Mexico. En ook al verstoren in Chichen Itza de luidruchtige groepen zontoeristen die vanuit Cancun ‘een dagje tempels doen’, de verstilde sfeer, de tempelstad grijpt ons totaal. Het peloteveld met de dodelijke wedstrijden. Junglepaden die altijd weer naar een afgelegen tempeltje leiden. De leguanen die overal wegschieten. Uitgehouwen jaguarkoppen van steen. Doodshoofden, slangenbekken, offeraltaren en strijdreliëfs staan tegenover sterrenobservatoria en stenen kalenders. Waren de Maya’s nou filosoferende sterrenwichelaars of stroomde het offerbloed ten alle tijde van de tempels? Wie het weet mag het zeggen.
Het beklimmen van de tempel van Kukulkan onthult wel iets anders. De Maya’s leefden in een dichte laaglandjungle. Op de top van de tempel staan we boven de boomtoppen en reikt de jungle tot aan de horizon. De grote groene vlakte van Yucatan die net zo plat en net zo groot is als heel Nederland. Daar gaat onze route de komende dagen dwars doorheen.
Het fantoomeffect van Uxmal
Koloniale stadjes zijn de aangename bonus bij een tempelzoektocht door Yucatan. Gebouwen met veel poorten en bogen, zwierige barokke kerken en een altijd levendig centraal slenterplein liefst met gietijzeren liefdesstoelen, die twee aan twee gekoppeld staan opgesteld zodat je elkaar op een zwoele avond diep in de ogen kunt kijken. Maak het sfeertje af met gitaarmuziek, palmbomen, kleurige markten, eetstalletjes, leuke restaurantjes, indiaanse mannen met cowboyhoeden en vrouwen met bloemetjesjurken en je hebt het schoolvoorbeeld van een Mexicaans koloniaal stadje.
Valladolid is onze eerste voltreffer en daarna volgen het knalgele stadje
Izamal met een prachtig kloostercomplex in het hart van de stad , de hippe hoofdstad Merida met de vele hangmatverkopers , het schitterende centrale plein, de kleurrijke markt met haar onafzienbare rij eetkraampjes en het klassemuseum over de Mayacultuur. In het stadje Campeche worden we onderdeel van het Mexicaanse zondaggevoel.
Het centrale plein met mooie barokke kerk is op zondag verkeersvrij en
de straten staan vol met lange tafels waaraan vrouwen met geborduurde Mayajurken zitten. Aan het hoofd van elke tafel zit een vrouw door een megafoon cijfers te roepen. Doordat er vijf verschillende tafels zijn is de zondagsbingo een schitterende chaos. De omgeroepen cijfers van de verschillende bingotafels klinken door elkaar heen en de arme vrouwen kijken soms radeloos om zich heen als er drie cijfers tegelijkertijd worden opgelezen. En dan helpt het ook niet dat aan de andere kant van het plein zojuist een kinderplaybackshow is begonnen waarvan het geluid het hele plein overstemt. Vanaf een terrasje aan de zijkant van het plein zijn we toeschouwers van een zondagstheater uit de jaren vijftig. Toen geluk nog heel gewoon was.
Via de flamingokolonies in Celestun keren we terug op het tempelpad. De
vermaarde ruïnestad Uxmal ligt voor ons. De Maya’s van Mexico hadden tijdens hun hoogtijdagen één groot probleem: de lange periodes van droogte. De kalkbodem hield het water niet vast en als de regens te lang uitbleven, braken er grote hongersnoden uit. De god der goden was regengod Chac.
In Uxmal overkomt ons wederom een magisch Mayamoment als we naar een mooi bewerkte muur staren. Het lijkt een soort vlechtwerk van fijn bewerkte stenen. Totdat de pupillen zich focussen op de juiste diepte. Het vlechtwerk blijkt onderdeel van een huzarenstukje in de godenpropaganda. Uit de muur puilen opeens honderden duivelse maskers van regengod Chac . Alsof je ineens een 3D-brilletje krijgt opgezet. De oude Maya’s die dit effect
ondergingen, moeten van schrik van hun leven hebben gehad. Vreest voor mij, gij nederig volk.
Uxmal is een stad met enkele van de mooiste Mayagebouwen die er überhaupt zijn gebouwd. Met de Tempel van de Tovenaar , het Nonnenklooster , het Paleis van de Gouverneur , de Troon van de Jaguar , en de uitzichten die je er hebt over het tempelcomplex als je de steile trappen van de Grote Piramide hebt beklommen.
Het dodenmasker van Pakal trekt
We reden tot nu toe slechts door babyjungle. Waar het laaglandplateau van Yucatan overgaat in de bergen van Chiapas nemen de woudreuzen het heft in handen. Regen wordt hier tegen de bergen opgestuwd en nergens in Mexico is het zo nat als in ruïnestad Pelenque. De verzadigde nevelflarden hebben de tempelstenen eeuwenlang doorweekt, wurgvijgen hebben de tempeltrappen omgewoeld en de jungle hangt als een balkon boven de tempels.
Palenque, decennialang het reisdoel van avonturiers, die malaria, vijandige
indianenstammen en het ontbreken van wegen negeerden om een glimp op te kunnen vangen van ‘Het Paleis’, van de ‘Tempel van de Inscripties’ of de ‘Tempel van het Kruis’. Alleen de namen al. En het werd hier in Mexico allemaal nog veel spannender toen de Mexicaanse archeoloog Alberto Ruz Lhuillier in 1949 een geheimzinnige gang onder de Tempel van de Inscripties ontdekte. Hij had zowaar de tombe van Pakal de Grote gevonden, de mythische Mayakoning wiens afbeelding overal op de tempels van Palenque is terug te vinden. De vondst van de tombe, en wellicht nog sterker het dodenmasker van pure jade dat bij het graf werd gevonden, zette Palenque definitief op de wereldkaart.
Palenque is inmiddels een van de drukst bezochte Mayasteden. Het wemelt er van de souvenirverkopers en vooral tussen 10.00 en 12.00 uur dwalen grote groepen toeristen over het complex. Maar dan nog blijft een bezoek een unieke ervaring. De reliëfs die je overal aantreft , het mooie museum , en vooral het zwerven door de door jungle omzoomde tempels.
Rondom Palenque is onze route op z’n mooist. De met regenwoud begroeide bergen zijn uitbundig groen en op de open plekken liggen kleine indianendorpen. Nog maar tien jaar geleden was de rit naar Yaxchilan een levensgevaarlijke onderneming. Auto’s werden overvallen, reizigers onder vuur genomen en er vielen geregeld doden. ‘Wij waren gewend dat blanken onheil betekenden. Indianen zijn eeuwenlang uitgebuit, daarom waren we zo vijandig’, vertelt de indiaanse straatventer Chan, ‘Maar sinds wij ook profiteren van het toerisme, werken de stammen en dorpen juist mee aan de ontwikkeling ervan. Het is een van de weinige manieren om hier wat geld te verdienen, snap je.’ Dan verandert de vriendelijke uitdrukking op zijn gezicht en haalt Chan opeens een groot kapmes tevoorschijn. ‘Maar ik weet nog een veel snellere manier om geld te verdienen…’ Hij zwiept zijn machete vlak langs me heen. ‘Wil je een stukje suikerriet?’
Haal je de openingsscène uit Raiders of the Lost Arc voor de geest en je weet
wat je in Yaxchilan kunt verwachten. Indiana Jones omringd door overwoekerde tempels, stenen maskers, mysterieuze beeldjes en diep in de jungle op de loop voor wraak van de indiaanse goden. Dat is het gevoel van Yaxchilan. De Mayastad die diep ligt verborgen in het regenwoud aan de grens met Guatemala is de mooist gelegen ruïnestad van Mexico. Alleen te bereiken per boot over de grensrivier Usumacinta. De woudreuzen zitten hier zo vol met apen, toekans en papegaaien dat je je inderdaad afvraagt of Steven Spielberg zijn decor niet heeft laten staan. Zoals de eindeloze trappen je naar de Grote Acropolis voeren, met een tempel die boven alles uittorent, stucreliëfs met geheimzinnige voorstellingen, bemoste maskers, het is allemaal bedoeld ontraadseld te worden door Dr. Jones.
De familie Aap wil aandacht
Via de watervallen van Misol Ha en Agua Azul rijden we terug naar het laagland van Yucatan. Waarom zijn we nog steeds niet tempelmoe? Al die hopen oude steen zouden toch eens moeten gaan vervelen. Niets van dat alles, blij als twee brugsmurfen rijden we richting Calakmul. De meest afgelegen tempel is alleen te bereiken over een smal slingerweggetje dat 60 kilometer diep de jungle in gaat en die weg blijkt een soort safariroute. Augouti’s springen de weg over, pauwkalkoenen vinden het nodig ons keer op keer voor de wielen te lopen en nog nooit reed ik over een weg met zoveel vlinders.
We kijken uit over de serene jungle, maar de bijpassende rust is ver te zoeken.
Een helikopter staat op het punt te landen, iemand is met een kettingzaag in de weer en zanger Lemmy van Motorhead wordt hier gedegradeerd tot een brave koorknaap. Wat een ontzettende herrie. Voor onze neus wordt een heftig territoriumconflict uitgevochten tussen twee groepen brulapen. Weinig beesten doen hun naam zoveel eer aan als deze harige boomproleten. Op een beetje redelijk overleg hoef je bij de familie brulaap niet te hopen. Opzetten die keelzak en brallen maar.
Na 42 km komen we aan bij overnachtingadres Rio Bec Dreams, waar de Canadees Richard Bertram leuke en schone bungalows verhuurt en een uitstekend restaurant draait. Hij tipt ons om op weg naar Tulum toch zeker nog
even de tempelsteden Becan en Kohunlich mee te pikken. ‘Die zijn allebei niet zo heel groot maar hebben wel een heel speciale sfeer. In Becan kun je je heel goed voorstellen hoe de Maya’s in zo’n oude stad geleefd moeten hebben, de kern van de oude stad staat namelijk nog helemaal overeind. En in Kohunlich heb je prachtige stenen maskers. Die staan wel onder een lelijk rieten afdak om ze te beschermen tegen zon en regen, maar het is de enige plek waar deze mooie beelden bewaard zijn gebleven. Als je er naast gaat zitten, zie je pas hoe groot ze werkelijk zijn. In Kohunlich is trouwens ook heel mooi te zien hoe de tempels soms regelrecht door de boomwortels verzwolgen worden.
Maya’s in een hangmatje
Een route door Yucatan heeft altijd een geslaagde finale. De Caribische kust wacht. De kust met enkele van de mooiste stranden en koraalriffen ter wereld. Met misschien wel het blauwste water. En zelfs daar kunnen we onze tempeltocht in stijl eindigen. Tulum is het toverwoord.
De Maya’s hadden in Tulum wel andere dingen aan hun hoofd dan sjouwen
met stenen blokken naar het hoogste punt op de klif. Ze moesten tenslotte ook nog tijd overhouden om in hun hangmatje te bungelen tussen twee palmbomen aan de staalblauwe zee. Zodat ze in alle rust konden filosoferen over wie er vandaag weer eens geofferd moest worden. Want stel je voor dat je je laat meeslepen door de waan van de dag. De tempels afbouwen lukte nog net, maar aan een beetje opleuken kwamen de kustmaya’s niet meer aan toe. Het resultaat: tempels die weinig fijnbesnaard zijn – zeg maar gerust lompe blokkendozen – en waarvan het meest sierlijke aspect nog de tientallen groene leguanen zijn die de tempels als opwarmplaat gebruiken.
En toch worden er zelden zoveel foto’s geschoten als bij de tempels
van Tulum . De plek die 800 jaar geleden door de God van de Wind werd uitverkoren is namelijk magistraal. Hoofdtempel ‘El Castillo’ ligt bovenop een rotsklif die oprijst uit een onwaarachtig blauwe zee. De Mayamagie is hier blauw. Het gloeit op, het straalt, het lijkt een beetje nep, het blauw is eigenlijk gewoon iets te fel. Drommen toeristen die doen of ze voor de tempels komen, maar het grootste deel van de tijd in hypnose naar de azuren zee staren. En groot is de vreugde als wordt ontdekt dat er vanaf het tempelplatform een trap beneden naar het strand loopt. Kunnen ze de het blauw nog aanraken ook.
De tempelmoeheid treedt op waarlijk het juiste moment in. We zaten op het
punt dat de hopen oude stenen inderdaad op hopen oude stenen begonnen te lijken. En dan is Tulum de beste plek om te stranden. Hier liggen de mooiste stranden van Mexico. Bij La Vita è Bella huren we een bungalow met hangmat pal aan de blauwe zee. Een paradijsje om uit te waaien, strandwandelingen te maken , te snorkelen, te dobberen in de golven en in het restaurant met de voeten in het zand te eten wat de zee binnenbrengt.
Op onze laatste dag in La Vita è Bella speelt de band Jambá in het restaurant de pannen van het rieten dak. Het is weer zondag. Mexicaanse trompetten, losse gitaren, losse heupen, sambaballen en niemand die er blijft zitten. Die moderne Maya’s hebben het ritmegevoel van de Cariben in zich. En vooral zijn ze ijzersterk in melancholische liedjes. Na al die eeuwen is er eigenlijk weinig veranderd. Al is het tegenwoordig de God van de Liefde die dagelijks bloedende harten krijgt geofferd.
Plaats een reactie







