Op rangercursus in Zuid-Afrika
Hoofdredacteur Harri Theirlynck wist nog geen gnoe van een buffel te
onderscheiden. Als hij het woord ‘Game Reserve’ hoorde, dacht hij aan de Nintendo van zijn zoontjes. Hoog tijd dus voor een ranger-curus in Zuid-Afrika. Maar lukt het de instructeurs om Harri in 11 dagen om te toveren tot een ware ranger?
Hieronder een indruk van het verloop van de 11-daagse rangercursus. Ook wordt er iets verteld over de docenten en de accommodatie.
Tekst en foto’s: Harri Theirlynck
Download hier het artikel uit REIZEN Magazine
Op rangercursus in Zuid-Afrika
De Docenten
Tijdens de rangercursus krijg je van verschillende mensen les, meestal rangers die hun sporen in de Afrikaanse wildernis hebben verdiend. Links staat Richard Oosthuizen. Hij is – zeg maar – de opperranger. Zorgt voor ontbijt, lunch en diner. Zorgt ervoor dat het vuur in de lapa brandende blijft. Hij geeft ook les in planten en vogels. Hij weet gewoon alles en wist overal een antwoord op. Hij was de hele cursus onze begeleider.
Richard Oosthuizen heeft een warme relatie met de dochter van
Jan Lemmens, die in Kololo met zijn vrouw een farm beheert en onze schietleraar is. Jan is het type ruwe bolster blanke pit, een aardige, gezellige man die zo naturel praat over schieten, alsof het zijn dagelijks werk is. Dat is ook (bijna) zo. Jan herinner ik me vooral door zijn vermetele optreden bij de neushoorns. ‘Ome Jan’ (zeiden we al snel) is voor de duvel niet bang en staat een gigantisch mannetje dat op hem afdraaft doodleuk met een emmer op zijn slaat kop om hem op afstand te houden.
Richard Watley was veruit de beste docent. Van huisuit is Richard
geoloog. Hij werkte voor een groot mijnbedrijf in Zuid-Afrika en heeft in Kololo een eigen farm. Richard kan grandioos lesgeven, had zich ook uistekend voorbereid met een uitstalling van stenen en boeken in de lestent, en kon onderweg fascinerend vertellen over rotsen, uitwerpselen, vogels, bomen, rivierbeddingen enz. enz. Begenadigd docent.
Was Richard Watley de beste docent, de beroemdste is Clive Walker.
Je bent bushranger en je heet Walker van je achternaam, dat spreekt tot de verbeelding. Clive Walker studeerde aanvankelijk kunst, zowel in Johannesburg en Londen. In Botswana was hij actief als game ranger, hij deed met toeristen onder meer aan trophee hunting. Tot hij tot inkeer kwam in een museum in Londen, waar een hele familie olifanten stond opgesteld. Hij werd gegrepen door de microbe van natuurbescherming en natuurstudie, toonde sindsdien een niet aflatende inzet tot natuurbescherming en richtte onder veel meer Endangered Wildlife Trust op, alsook de Educational Wildlife Expeditions, een organisatie die zich specialiseerde in ervaringsgerichte natuurtochten. Walker kan meesterlijk vertellen over het besluipen van leeuwen en wat te doen als er een olifant op je af komt stormen. Meerdere malen ging ik ’s avonds in het donker trillend van opwinding (en angst) naar mijn tent.
Het aardige van de cursus is dat we niet alleen maar wild zagen. De vijfde
dag gingen we naar de tabaksplantage van Willem Scheepens. Scheepens is een prima tabaksverbouwer en een onderhoudende verteller. Hij toonde ons de verschillende soorten die hij verbouwt, leidde ons rond in zijn fabriekje waar 45 vrouwen, gemiddeld 8 uur per dag werken. Gemiddeld hebben ze vier kinderen, ‘ik ben dus verantwoordelijk voor 225 mensen’, zei Willem. In Zimbabwe is de tabaksindustrie door alle nationalisaties in elkaar gedonderd. Veel farmers zijn naar Zuid-Afrika gekomen. De concurrentie, zei Willem, is dus groot. Of zijn tabak de Marlboro ooit bereikt, kon Willem niet zeggen. ‘Dat is een blending en een geheim recept, misschien zit er een procent van mij in.’
De accommodatie is prima in orde. De zes tenten waarin je verblijft zijn geweldig ingericht: twee bedden, goede matras, lakens en dekens (veel dekens, het kan koud zijn rond juli, dan is het daar winter), een wastafel, douche en toilet buiten de tent, warm water (maar dan moet wel de generator aan). De tenten worden elke dag schoongemaakt, net als in een hotel.
Het sociale leven speelt zich of in de lapa, de afgeschutte ruimte rond het kampvuur. Daar
wordt gegeten, koffie en thee gedronken. Vanaf dag twee, drie zie je zelfwerkzaamheid van de cursisten toenemen. We helpen bij het eten of maken het in groepjes van drie zelf klaar, we ruimen af, wassen af indien nodig en zetten ’s ochtends thee- en koffiewater op. Zoals goed gebruik bij Nederlandse barbecues: de mannelijke cursisten gooien de houtblokken op het vuur en zitten met stokken en poken te donderjagen in de kooltjes, een mooie rituele handeling die de echte man zich zeker in Afrika niet gaarne laat afnemen.
De man voor het gebouw met het rieten dak is de jongste ranger-in-opleiding.
Hij zit in de late middagzon te lezen voor het gebouw waar alle theorielessen plaatsvinden, de powerpointpresentaties worden gehouden en waar gekookt wordt. Binnen is ook de enige plaats waar je je mobiele telefoon en fotobatterijen kunt opladen, tenminste als de generator draait.
Het mooie terras behoort bij de Kololo-lodge, een fraaie en luxueuze accommodatie met kleine lodges eromheen. Vanaf het terras kun je soms wild zien, er is een zwembad en je kunt er uitstekend dineren. Als je het leven als ranger een beetje zat bent, kun je hier relaxed eten en drinken uit een echt
wijnglas. Gedurende de cursus wordt er twee keer gedineerd in de lodge, een genoegen dat je als tijdelijke tentbewoner in warme dank aanvaardt. Bij de lodge staan ook de (zeer gammele) mountain bikes, waarop je tussen de de kudu’s en antilopen kunt fietsen, even verderop. En vlak achter de lodge is ook het enige plekje, hooguit vijf vierkante meter, waar je je mobiele telefoon met een tot drie streepjes kunt gebruiken. ‘Moeder, ik voel me een ranger!’
Ook ranger aspraties?
Klik hier: www.kololo.nl
Plaats een reactie



