China: Spugen, slurpen en voordringen
Het is even wennen in China. Er zit ’s ochtends een keurige Chinese familie naast je in het hotel en de vader slurpt z’n soep zo hard dat het lijkt of er een gootsteen wordt ontstopt.
Download hier het artikel uit REIZEN Magazine
*China aan het water
Je taxichauffeur rochelt, spuugt en rookt. Bij een stoplicht gaat het raampje open en leegt hij op voetballersmanier even de neus.’s Lands wijs, ’s lands eer. Je gaat ver weg om dit soort dingen mee te maken. Ik denk ook binnen tien jaar de rochelende en spugende Chinees, zeker in de grote stad, een uitzondering zal zijn. In Peking hebben de autoriteiten de bevolking al geïnstrueerd om zeker tijdens de Olympische Spelen niet op straat te spugen.
Botsen & voordringen
Een vrouw uit mijn gezelschap zei mij bij de Drie Kloven Dam verbaasd: ‘Hé, wat ik nou net meemaak. Dit is de eerste keer dat een Chinees mij in de rij voor laat gaan.’ Ik wachtte op de luchthaven van Shanghai op het vertrek van mijn vlucht, toen de passagiers voor een andere, binnenlandse vlucht werden opgeroepen. Direct liep een stroom oude Chinese vrouwen en mannen bijna óver mij heen naar de gate. Ja, botsen hoort er bij in China. Zeker in de grote steden is het zo druk dat je als westerling niet te kinderachtig moet reageren als er iemand tegen je oploopt. Een beetje voordringen hoort er ook bij. Als ik metrokaartjes wil kopen bij de automaat moet ik snel zijn, want vooral jongeren gaan vlot voor je neus staan. Als het te lang duurt, omdat ik aan het stuntelen ben, drukken ze ongevraagd voor me op de knoppen, vooral om een beetje tempo te maken, want de ‘langneus’ houdt de boel behoorlijk op.
Niet meer op de foto
Ik vond het in Shanghai juist een verademing dat je als grote witte westerling niets bijzonders meer bent. En zo hoort het ook. In veel Aziatische landen ben je nog een bezienswaardigheid als westerling. Jong en oud, man en vrouw, willen graag met je op de foto of tenminste even tegen je glimlachen. In Shanghai weten ze wel beter. Het zelfbewustzijn (of de arrogantie) groeit daar met de onstuimige economie; een Chinese zakenman kijkt echt niet meer tegen de gemiddelde westerling. Ga je naar het binnenland dan is het weer ouderwets. In de provinciale wereldstad Chongqing (toch 32 miljoen inwoners) kijken jong en oud je blij verrast aan, willen graag een paar woorden met je wisselen of met je op de foto. Ook wel lekker om mee te maken.
Service
In de hotels gaat het niet altijd snel en logisch. Duidelijk is dat veel personeel nog moet wennen aan de enorme stroom toeristen, uit binnen- en buitenland. Aan de hotelbalie wordt vaak overdreven volgens de regels gewerkt. Daar valt bijna niet aan te tornen, of je moet zeer onwellevend je stem verheffen en zeggen dat je het niet pikt. Nodeloos wordt je paspoort een dag of meer ingehouden en je moet soms op je poot spelen het document eerder terug te krijgen. Bij het uitchecken wordt er achter de balie immer snel getelefoneerd met het gangmeisje van je kamer om te checken of er niet toevallig een tafel, televisie of minibar mist. Ik werd bestraffend toegesproken wegens het ontbreken van een waszak: ‘Wat heeft u met de waszak gedaan!? Die kunnen we niet vinden.’‘Die zit in een andere la denk ik.’ ‘Jaja.’ Een deel van de gebrekkige service – niet overal uiteraard, er zijn hotels waar je uitstekend wordt geholpen – is terug te voeren op het taalprobleem. Veel Chinezen spreken geen woord Engels. Voor taxichauffeurs ben je een ‘alien’. Als je niet een briefje in het Chinees met je bestemming bij je hebt, kun je het wel vergeten. De remedie in alle gevallen? Geniet ervan. Hiervoor ging je immers weg. Om ervaringen te hebben die anders zijn dan thuis.
[mappress mapid="691"]
Plaats een reactie


