Lissabon ligt schitterend aan de brede monding van de Taag, uitgespreid over een tiental heuvels en dalen. Op de hellende noordelijke oever klimmen de in lichte kleuren beschilderde huizen met rode pannendaken trapsgewijs op. Vanaf de bruggen over de Taag of vanaf het water met een pont heeft u een majesteitelijk panorama. De flaneerstad kent brede boulevards, schaduwrijke parken, gezellige pleinen en spinnenwebachtige wijken (Alfama, Bairro Alto). Laagbouw overheerst. Ondanks grootstedelijke allure heerst er een gemoedelijke, bijna dorpse sfeer.
Tijdens de Gouden Eeuw, de 16e eeuw, werden de rijkdommen uit de nieuw ontdekte werelddelen meteen opgesoupeerd. Koning Manuel I liet zich omringen door het crème de la crème aan Franse en Spaanse bouwmeesters en beeldhouwers. Portugezen leerden de kunst al snel zelf. Gotisch en renaissance waren de bouwstijlen. De in zacht zandsteen uitgehouwen elementen kregen de benaming manuelino. Navigatie-instrumenten, ankers, netten … de scheepvaart in notendop. Het goud uit Brazilië leverde in de 18e eeuw de bron voor een baroktempel op.
Uit de Afrikaanse koloniën kwam piri-piri, rode pepertjes die de kip opfleuren. Maar bacalhau (stokvis) en gegrilde sardientjes zijn ook geen probleem. Staande aan de bar van een ginginha slaat u een ginha, een kersenlikeurtje achterover. Een Italiaanse espresso heet in Lissabon bica. De wijken Bairro Alto en Alfama hebben de meeste restaurants met fadovoorstelllingen en kleine eethuisjes. Trendy en met heerlijke terrassen zijn de restaurants aan de Docas, de boulevard aan de Taag, en die in het Parque das Nações.
Dit zijn dé karakteristiekste vormen van vervoer in Lissabon. Twee hoger gelegen straten of wijken worden door een kabeltram, elevador, met elkaar verbonden. Het vervoer met die elevadors (Bica, Glória, en Lavra) is samen met de gietijzeren lift Santa Justa een uitje voor jong en oud. Natuurlijk wordt het gemak ook gediend. Houten trammetjes, eléctricos, sieren het stadsbeeld al jaren. Vooral lijnen vijftien en 28 zijn populair.
Met deze kaart kunt u 24, 48 of 72 uur onbeperkt gebruik maken van bus, tram en kabeltram. Ook de metro tussen het stadshart en de wijk Belém is inbegrepen. De kaart biedt gratis toegang tot vele musea of andere monumenten. Bij sommige musea of attracties krijgt u met de kaart korting. De Lisboa Card is verkrijgbaar bij het toeristenbureau en de kiosken van Carris. De kaart gaat in bij het eerste gebruik.
Rij met trammetje nr. vijftien - zowel krakend oud als futuristisch - naar Belém. Vanaf hier vertrokken in de Gouden Eeuw van Portugal (de 16e eeuw) de zeevaarders naar verre oorden. De rijkdom werd vertaald in schitterende paleizen, huizen en kloosters. Gotisch is de bouwstijl, maar manuelino het sausje. Pleinen zijn opgefleurd met fonteinen. Vergaap u aan de koninklijke grandeur van de Torre en het Mosteiro de Belém. Een terrasje van een eethuisje nodigt uit tot een pauze.
De 'boven'-wijken met bistro's, adegas (= kroegen), fadolokalen en disco's moet 's avonds op ieders programma staan. Overdag kijkt u uw ogen uit in de trendy winkeltjes en galeries. Loop kriskras door wat straatjes en u ontdekt ze zelf. Een leuke manier om de wijken te bereiken is via de kabeltram vanaf de Avenida da Liberdade (Elevador da Glória).
Lissabon is een wandelstad. Magistrale kerken, kloosters en kastelen trekken aan uw oog voorbij. Musea, zoals dat van Gulbenkian, zijn er om in weg te dromen.Volkswijken als Alfama zijn een potpourri van het dagelijkse leven. Pleinen met terrassen wenken. Kijk neer op het gekrioel van de stad vanaf het kasteel of vanaf een miradouro, een uitzichtpunt op de heuvel. Het leukst is het om zo'n uitkijkpunt via een elevador, een lift of een kabeltram, te bereiken. Neem anders het houten trammetje dat zich kermend door de smalle steegjes wringt.
De volkswijk Alfama is een wirwar van steegjes, trappen, romantische pleintjes, cafés en restaurants. Die restaurants - maar ook de winkeltjes - zijn nauwe pijpenlaatjes. 's Morgens wordt de verse vis op straat uit kratten verkocht door in het zwart geklede visventsters. Een buurt van wapperend wasgoed, getjilp van vogeltjes in kooitjes, spelende kinderen en ronddolende toeristen. Het is een geroezemoes van jewelste. Kuier lekker rond. 's Avonds eet en luistert u naar fado in een van de fadorestaurants. Mouraria is net zo'n volkswijk.
Van twaalf tot 29 juni staan aanbeden volksheiligen in Lissabon centraal. Op de avond en nacht van twaalf op dertien juni (António), 23 op 24 juni (João) en 28 op 29 juni (Pedro) is het feest alom. Er is zang, dans, muziek, vuurwerk, eten en drinken op straat. De hele maand juni zijn de straten versierd met slingers en lampions en wordt de manjerico verkocht. Een potje basilicum met papieren bloemen en een gedicht om elkaar de liefde te verklaren. Kinderen tonen op straat altaartjes met een afbeelding van de heilige Antonius.